Autoverlichting met verkeerde lampen blijft voor irritatie zorgen

Iedereen die deel uitmaakt van het wegverkeer heeft er mee te maken: de irritatie van blauw of extreem wit licht. Het feit dat er al meer dan 1600 typen verlichting op de markt zijn maakt het er niet eenvoudiger op. Over verlichting bestaan nogal wat misverstanden.

 

 

transporteffect verlichting

De regels zijn:

Alle naar voor gerichte lichten moeten geel of wit stralen. Alle naar achter gerichte verlichting moet rood stralen; alleen het achteruitrijlicht mag geel of wit stralen. Van deze regels kan niet worden afgeweken; decoratieverlichting en verlichting onder de auto bijvoorbeeld zijn verboden.

 

Dimlicht: Altijd toegestaan, maar overdag bij slecht zicht en ’s nachts verplicht. Vooral motorrijders vallen beter op als ze altijd hun dimlicht gebruiken.

 

Groot licht: Mag alleen ’s nachts worden gebruikt, behalve bij tegenliggers of wanneer op korte afstand een ander voertuig wordt gevolgd (dus ook fietsers en bromfietsers). Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

 

Dagrijlichten: Zijn bedoeld voor overdag en zijn naar voor gericht. Ze moeten automatisch worden gedoofd wanneer de dimlichten aan gaan. Dagrijlichten zijn te herkennen aan de lettercode RL op het lampglas.

 

Mistlichten: Mogen alleen aan als de weersomstandigheden daar aanleiding toe geven. Het mistlicht voor mag alleen branden als er minder dan 200 meter zicht is door mist, sneeuwval of regen. Het mistlicht achter mag alleen aan bij zeer dichte mist of sneeuwval waarbij het zicht minder is dan 50 meter. Bij zware regen mag het mistachterlicht niet worden gebruikt.

 

Achterlichten en kentekenplaatverlichting: Moet altijd gelijktijdig branden met groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht.

 

Parkeerverlichting: Verplicht bij parkeren- of stilstaan buiten de bebouwde kom. Dit geldt overdag bij slecht zicht en ’s nachts.

Breed- en verstralers: Deze mogen niet worden gebruikt.

 

Dagrijverlichting (DRL, ‘daytime running lights’) is verplicht op auto’s die hun typegoedkeuring na januari 2011 hebben gekregen. Bij auto’s die vanaf 30 januari 2015 hun typegoedkeuring hebben gekregen moeten de achterlichten tegelijk met de dagrijlichten branden.

Felle/blauwe verlichting erg hinderlijk!

We krijgen veel meldingen dat steeds meer auto’s hinderlijke verlichting voeren. Soms lijkt het of auto’s xenonverlichting hebben, maar is er in werkelijkheid sprake van goedkope halogeenlampen. Deze geven veel strooilicht, dat voor een verblindend effect kan zorgen. Ook worden achteraf vaak xenonlampjes gemonteerd in koplampen die daarvoor niet zijn gemaakt. Die lampjes passen niet bij de reflectoren van de koplampen, met een verblindend effect tot gevolg.

 

Mits goed afgesteld veroorzaakt van fabriekswege gemonteerde xenonverlichting geen overlast bij overige weggebruikers. Die lampen voldoen immers aan de wettelijke voorschriften zoals die in de Europese regelgeving zijn vastgelegd. Inmiddels worden steeds meer nieuwe personenwagens van LED-verlichting voorzien.

 

De ANWB heeft ons artikel uit 2018 opgepakt en is in 2019 met een rapport uitgekomen.

 

Verlichting is een onderdeel van de veiligheid van de auto. Niet alleen voor u als automobilist, maar ook voor de veiligheid van andere weggebruikers heeft goedwerkende verlichting een hoge prioriteit. En daarom heeft de RDW hiervoor meer aandacht tijdens de APK. Helaas blijft het nog wel zo dat mensen snel weer de verkeerde lampen gebruiken. Daarom willen we er toch de aandacht op vestigen en u vragen aan uw medemens te denken.

 

Met vriendelijke groet

 

 

transporteffect App
Tijdelijk alleen Android
Flyer Bedrijven transporteffect
Chauffeur! Wij komen bij uw langs in de weekenden. Stuur een WhatsApp