Drijven de elektrische voertuigen de energieprijzen tot een recordhoogte? Is het zoeken of zijn het feiten?

We zien het keer op keer: de overheid voert een verandering in en uiteindelijk betaalt het volk de prijs. We zagen dit bij de invoering van de euro en we zien het nu bijvoorbeeld bij de bouw van (koop)woningen, waarbij aan allerlei regels moet worden voldaan.

 

Ook de transitie naar het elektrisch rijden is een punt waarvoor we nu – en straks helemaal – diep in de buidel moeten tasten. De laatste tijd is het afnemen van energie enorm duur geworden en prijsstijgingen zullen eerder traditie worden dan dalingen.

transporteffect Chauffeursnieuws steunen
Klik afbeelding

Rekening betalen

Daarnaast zullen we de rekening betalen omdat auto’s op fossiele brandstof niet meer te verkopen zullen zijn en men dus ook een prijskaartje aan het afvoeren van deze wagens zal hangen.

Wij hebben al vaker aangegeven voorstander te zijn van rijden op waterstof. Waarom men dit niet te veel naar voren wil schuiven zal zijn redenen hebben, maar economisch belang kan er zeker een van zijn. De stroomafname en de ontwikkeling van oplaadpunten en batterijen brengen veel geld in het laatje; alleen al de BTW die er mee gemoeid gaat loopt in de miljarden. Werkgelegenheid is natuurlijk ook belangrijk (inkomsten) en het is een feit dat er veel mensen mee bezig zijn.

Netwerk

Het elektrisch netwerk moet worden aangepast en er zal steeds meer stroom worden afgenomen, waardoor het een kwestie van vraag en aanbod wordt en men de prijzen zo hoog kan maken als men wil. We zien het nu al gebeuren, en is dit pas het begin. De overheid verlaagt nu dan tijdelijk het belastingtarief, maar dit laat alleen maar zien hoezeer ze alles kunnen beïnvloeden. Zodra iedereen in het gebied waar men campagnes voor elektrisch rijden heeft gevoerd er gebruik van gaat maken, ontstaan er monopolieposities van de energieleveranciers.

 

Met fossiele brandstoffen was dit in veel mindere mate het geval en bleef er concurrentie op de markt. Het voor de batterijen benodigde lithium zal niet goedkoper worden bij meer afname, en daarbij is deze grondstof ook niet overal te vinden.

Waterstof

Waterstof blijft in onze ogen het beste voor het milieu en voor het volk. Men kan overal een waterstoffabriek neerzetten en er zal dus altijd concurrentie zijn, waardoor de prijzen op natuurlijke wijze in bedwang zullen worden gehouden. Nieuwe elektrische netwerken zijn niet nodig, evenmin als oplaadpunten. Het op grote schaal winnen van lithium hoeft dan ook niet meer, waardoor geen machtsverhoudingen ontstaan zoals we die de laatste jaren in het Midden-Oosten zagen.

Het is algemeen bekend dat het economisch belang voor andere partijen dan de consument altijd de motor voor politieke beslissingen is geweest. TATA STEEL, dat onlangs weer in het nieuws verscheen, is daarvan een voorbeeld. Het bedrijf is voor de zoveelste keer op de vingers getikt omdat de omgeving zwaar vervuild is, maar men krijgt wel 10 jaar de tijd om dit te verbeteren. Er wordt letterlijk gezegd dat sluiten van de fabriek geen optie is omdat daardoor duizenden mensen op straat zouden komen te staan. Hier speelt dus ook een economisch belang, en dat honderdduizenden mensen ernstige gezondheidsschade oplopen is niet relevant.

In het belang van zowel het milieu als het volk hopen wij toch dat projecten om waterstof te stimuleren meer voet aan de grond zullen krijgen en dat de schakel van elektrisch rijden op batterijen wordt overgeslagen. Een bijkomend maar niet onbelangrijk voordeel is dat waterstof in veel meer sectoren een rol kan spelen dan alleen in voertuigen en het lijkt ons dat dit een goede stimulans zou moeten zijn. Daarbij zijn batterijen op het moment niet helemaal weg te denken; zaken als de elektrische fiets, drones of kleinere voertuigen zullen het daarmee voorlopig nog moeten doen.

Het feit blijft dat de toenemende vraag aan energie via het elektriciteitsnetwerk de prijzen omhoog drijft.

Met vriendelijke groet

 

Nederland telde begin 2021 bijna 8,8 miljoen personenauto’s, ruim een procent meer dan een jaar eerder. Het aantal stekkerauto’s nam tegelijkertijd met 38 procent toe.