ZELFS IN SLECHTE TIJDEN KREGEN LAGE-LONENLANDEN EEN MARKT BIJ ONS

7 mei 2020



Het is eigenlijk te zot voor woorden dat er  nog vrolijk wordt rondgereden door de lage-lonenlanden, terwijl Nederlandse en Belgische transportbedrijven moeite hebben het hoofd boven water te houden of zelfs omvallen.

We hebben het gezien met pasen, en het afgelopen weekend weer: de parkeerplaatsen worden gedomineerd door vrachtwagens uit deze lidstaten.

We kunnen er wel vanuit gaan dat het met pinksteren weer hetzelfde plaatje zal worden.

Eigen rijders konden hier geen werk krijgen, hele takken van transport lagen stil, en waar de schaarse vrachten werden aangeboden, reden de lage-lonenlanden die ritten voor een appel en een ei.

In onze optiek is het schandalig dat de politiek sinds het nieuwe Europese mobiliteitspakket ook de middelen heeft om dit fenomeen dat al decennia speelt aan te pakken, maar verkiest dit niet te doen.

Op 23 februari 2020 hebben wij dit bij de politiek aangegeven en erop aangestuurd dat het eens tijd was om de vervoerders en de vrachten in kaart te brengen.

Nederland en België zijn kleine landen, en volgens ons was dit een uitgelezen mogelijkheid daartoe.

In Frankrijk kent men hetzelfde probleem. Daar ging men zo ver dat een totaalverbod op cabotageritten werd voorgesteld, wat meteen door werkgeversorganisaties en bevriende vakbewegingen de grond werd ingestampt.

Waarom zijn onze organisaties als een TLN, FNV en CNV niet in actie gekomen?

Het mobiliteitspakket zegt duidelijk dat men 1x in de 3 weken naar het eigen land moet, wat dan door de quarantainemaatregelen in veel lage-lonenlanden zou inhouden dat chauffeurs voorlopig niet naar West-Europa konden om vrachten te veroveren tegen dumpprijzen.

Het beeld zou dus moeten zijn dat geen vervoerders van deze landen meer in West-Europa actief zijn.

Dit blijkt duidelijk niet het geval; duizenden vrachtwagens rijden nog gewoon rond en vrachtwagenchauffeurs staan liever dagenlang stil op West-Europese bodem dan terug te gaan naar hun eigen land.

Onlangs heeft de Nederlandse vakbeweging FNV, die tot stand is gekomen door de lidmaatschappen van onze voorvaderen, zich nog ingezet voor een groep chauffeurs uit lage-lonenlanden.

Nobel misschien, maar waar zijn ze als ze moeten opkomen voor chauffeurs uit eigen land?

Men kan inmiddels niet meer heen om de gedachte dat de huidige vakbewegingen en de landelijke politiek met twee tongen spreken!

Aan de ene kant doen ze naar buiten voorkomen dat ze de Nederlanders (en Belgen) niet laten verzuipen en zelfs helpen, maar aan de andere kant stimuleren ze de lage-lonenlanden op hoog niveau.

Naar ons idee is het belang telkens weer inkomsten ten koste van alles.

De politiek wil vrachtwagens dirigeren naar betaalde parkeerplaatsen in afgelegen gebieden, waaraan een kostenmodule van een 2-sterrenhotel vastzit.

De vakbewegingen en werkgeversorganisaties willen leden en bedrijven uit deze landen naar zich toetrekken. Daar zijn bedrijven met duizenden wagens gevestigd, wat in West-Europa niet voorkomt.

Dit zijn maar twee stellingen die opgaan voor politiek en vakbewegingen. Evenwel zijn er zeker meer die in het voordeel van politiek en organisaties werken, maar slecht zijn voor de eigen beroepschauffeurs en bevolking.

Binnenkort gaan wij als Transporteffect/Chauffeursnieuws weer op bezoek bij de Tweede Kamer en het Europees Parlement.

Deze ontwikkeling en ook het verzuim dit aan te pakken zullen wij als leidraad voor het gesprek gebruiken.

Mocht u ook uw gedachtegangen hierover kenbaar willen maken, dan horen wij dit erg graag op redactie@transporteffect.nl

Met vriendelijke groet,




lid worden en ons steunen

Zie ook :

PROBLEMEN KOMEN IN DE LUCHT! MINDER VRACHTEN EN VEEL OOST-EUROPESE VRACHTWAGENS


HET VERZUIMEN VAN HET IN KAART BRENGEN VAN HET TRANSPORT


Deel het:

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.